
Al vanaf vroeg in ons bestaan krijgen we van onze omgeving signalen dat niet al onze spontane opwellingen en natuurlijke impulsen op prijs worden gesteld. Gedurende ons opgroeien worden we in ons gedrag regelmatig begrensd, bekritiseerd of afgekeurd. Voor een deel hoort het natuurlijk gewoon bij het proces waarin we leren samen te leven met anderen met wie we een gemeenschap vormen. Het zorgt er echter ook voor dat we al jong conclusies trekken over wat van ons wel en wat van ons niet oké is. Wat van onszelf we wel kunnen laten zien en wat van onszelf we moeten verbergen of tegenhouden. We leren niet te houden van onszelf zoals we zijn, maar zoals we zouden moeten zijn.
Zo hebben we allemaal geleerd om niet impulsief te handelen, maar eerst na te denken. Om te kiezen voor dat wat veilig is, voor dat wat gewaardeerd wordt. We leren om ons verstand en niet ons gevoel te laten spreken. We leren om onze gevoeligheden zoveel mogelijk te verbergen. Zo leren we ook al jong dat we onze tranen beter niet kunnen laten zien. De meeste van ons worden hier heel goed in. Soms zo goed dat we niet eens meer opmerken dat iets ons eigenlijk raakt. En als er dan ineens tranen opwellen begrijpen we niet waarom of generen we ons ervoor.
Zelf ben ik iemand die het nooit is gelukt om haar tranen te verbergen. Als jong meisje huilde ik vaak en mijn moeder deed er dan regelmatig nog een schepje bovenop door te zeggen: ‘Ja, ga jij maar weer huilen.’ Ook toen ik inmiddels volwassen was welden de tranen op in situaties waarin het me helemaal niet uitkwam. Ik schaamde me ervoor en begreep vaak niet waar die tranen nu vandaan kwamen. Ik vond mezelf zwak en bewonderde de mensen die hun tranen konden bedwingen. Er is zelfs een tijd geweest dat ik mijn traanbuisjes het liefste wilde dichtbranden.
Inmiddels weet ik beter. Mijn tranen komen nog steeds heel makkelijk, en vaak ook nog onverwacht, maar nu kan ik ze veel meer waarderen. Mijn tranen laten me zien dat iets in mij geraakt wordt. Iets dat zich misschien onvoldoende gezien voelt door mij, zoals het sensitieve meisje dat ik ook in me draag maar vaak overstemd wordt door mijn meer stoere kant. Of ze tonen me dat mijn hart wordt geraakt door het verhaal dat de ander me vertelt. Wat het ook is, mijn tranen zijn altijd een poort naar iets in mij dat zich kenbaar wil maken.
Mijn tranen vertellen me dat er van alles in mij leeft waar ik niet altijd aandacht voor heb omdat ik snel door wil, het me niet uitkomt of wat voor reden dan ook. Mijn tranen scheppen steeds weer de ruimte voor dat alles. Ze sporen me aan om mezelf helemaal te zien, mijn prettige kanten maar ook mijn mindere mooie of kwetsbare kanten. Ze nodigen me uit om mezelf ook helemaal te laten zien aan de ander, met alles wat ik in me heb. In stilte laten ze me weten: ‘Niets om je voor te schamen, laat het er maar allemaal zijn.’ Na mijn tranen voel ik me meestal rustiger, meer in balans, ruimer en zachter ook. Eigenlijk heel fijn.
Onze tranen hebben dus echt een functie. Huilen is bijvoorbeeld een mechanisme om lichamelijk en emotioneel te ontladen. Door te huilen gaat het weer stromen en ontstaat er ruimte. We huilen niet alleen maar van verdriet. We kunnen ook huilen uit boosheid of ervaren onmacht. Of we huilen van blijdschap of ontroering.
Onze tranen hebben ons dus eigenlijk wat te vertellen. Als je er zo naar kunt kijken zijn tranen niet langer een last maar eerder een uitnodiging om jezelf wat beter te leren kennen. Om met liefdevolle aandacht naar binnen te gaan om daar van alles te ontdekken.
Hieronder vind je wat vragen om zo eens bij stil te staan.
Hoe werd er vroeger met jouw tranen omgegaan, thuis en op school?
Huil je vaak of juist bijna nooit?
Hoe verhoud jij je tot je eigen tranen?
Hoe voel je je nadat je hebt gehuild?
Wat hebben jouw tranen jou te vertellen?
Ik wens je veel plezier en mooie ontdekkingen.