
Misschien ken jij het ook, net als Tineke, dat er iets gebeurt in je leven en dat je merkt dat ‘het zoals je altijd deed’ niet meer werkt.
Zo belde Tineke me een aantal maanden geleden, met lood in haar schoenen, want eigenlijk schaamt ze zich. Ze vertelt me dat ze op haar werk even uit de running is omdat het haar niet meer lukt om alles te combineren: haar werk bij een adviesbureau, alles voor haar gezin met drie jonge kinderen regelen, een goede moeder zijn, een fijne echtgenoot, een leuke vriendin, een sportieve vrouw. Ze zegt vertwijfeld ’Ik kon dit allemaal wel en het lukte me altijd om alles te doen wat ik wilde. Ik had nooit gedacht dat me dit niet zou lukken’. In haar stem hoor ik haar ontreddering en daaronder ook de vraag: Komt het nog wel weer goed? Herkenbaar?
Lees dan even verder, want ik zal je uitleggen welk natuurlijk principe er bij Tineke aan heeft bijgedragen dat ‘het zover gekomen is’. En als je dat principe kent dan begrijp je jezelf misschien ook beter. Waar het hier om draait is het principe dat we als mensen sociale wezens zijn en een sterke aangeboren behoefte hebben om erbij te horen en onderdeel te zijn van een groter geheel. Deze aangeboren behoefte heeft alles te maken met overleven.
Een verklaring hiervoor is dat 10.000 jaar geleden, toen we nog als jagers en verzamelaars leefden, de overlevingskans van een mens in een groep vele malen groter was dan die van een mens die als eenling over de steppen trok. Inmiddels leven we op andere manieren samen, maar onze reacties zijn nog steeds gebaseerd op die instincten uit de oertijd. Dit heeft simpelweg te maken met hoe ons brein in elkaar zit.
En ook het feit dat ieder mens als een hulpbehoevend schepsel geboren wordt speelt een belangrijke rol. Omdat we de eerste jaren van ons leven geheel afhankelijk zijn van de zorg van de mensen om ons heen hebben we een sterk ontwikkeld vermogen om te leren wat we moeten doen – en ook laten – om de zorg en liefde te krijgen die noodzakelijk zijn om te overleven.
Als kind leren we daarom snel met welk gedrag we ‘in de smaak vallen’ en daarmee krijgen wat we willen. En natuurlijk ervaren we als kind ook dat bepaalde behoeften en gedrag juist worden afgekeurd door de mensen waarvan we afhankelijk zijn, dus dat laten we – na een paar keer onze neus gestoten te hebben – beter maar niet meer zien. Zo heeft ieder van ons een manier ontwikkeld om met de dingen om te gaan, veelal sterk ingekleurd door de ongeschreven regels die er golden in het gezin waarin we zijn opgegroeid. De in onze jeugd niet erkende behoeften en het afgekeurde gedrag hebben we vaak diep in onszelf weggestopt. Als ze nu af en toe de kop op steken besteden we hier liever geen aandacht aan.
En ook in ons latere leven blijven we vaak gevoelig voor wat er wel en niet ‘in de smaak valt’ in de groep waartoe we behoren en laten we ons gemakkelijk leiden door de daar heersende beelden over bijvoorbeeld succes en geluk. En hoe speelt dit principe dan bij Tineke?
Eén van de ongeschreven regels in het gezin waarin Tineke is opgegroeid luidde: Als iets niet direct lukt dan zet je er een tandje bij. Opgeven is een teken van zwakte. Een regel waar Tineke zich haar leven al door laat leiden.
Daarnaast richt Tineke zich op het plaatje van de succesvolle vrouw dat in de sociale groep om haar heen en in de media neergezet wordt. Zij spiegelt zich aan het beeld dat je als vrouw succesvol bent wanneer je een interessante baan combineert met het moederschap, een liefdevolle echtgenote en een leuke vriendin bent en ook nog tijd hebt om te sporten en je huis op orde te houden. Tot voor kort voldeed ze hier ook aan, het lukte haar immers om het allemaal te doen. Wat ze hierbij voor het gemak even vergat was dat ze in de loop van de tijd wel had gemerkt dat het haar steeds zwaarder viel, maar daar besteedde ze niet al te veel aandacht aan. Opgeven was immers geen optie.
En ook als ze met anderen af en toe haar zorgen besprak dan was steevast het devies: ‘Je zit nu in je tropenjaren met een baan en drie kleine kinderen, dat is nu even niet anders’ en ‘Het is nu een kwestie van gewoon doorzetten; er komt vanzelf weer lucht als de kinderen eenmaal naar school gaan’. En zo zette Tineke er iedere keer weer de schouders onder, gewoon omdat ze dat om zich heen zag en dacht dat het niet anders kon. Totdat het echt niet meer ging. Hoe is het nu met Tineke?
Zij heeft haar schaamte overwonnen en hulp gevraagd. Ze is blij dat ze dat heeft gedaan, want inmiddels begrijpt ze ook de onderliggende principes. Ze weet dat ze gedaan heeft wat ze kon en gewoon niet beter wist. Ze hoeft zichzelf dus niets te verwijten.
Ondertussen maakt ze zich voorzichtig los van het heersende beeld van de succesvolle vrouw en andere gedachten, regels en overtuigingen die haar gevangen houden. Ze verkent wat voor haarzelf wezenlijk is en waar ze op dit moment aandacht aan wil geven. Ze ontdekt wat ze fijn vindt en waar ze energie van krijgt. Zo ervaart ze dat het ook anders kan.
Het hoeft niet allemaal in één keer anders. Ze mag op ontdekkingstocht om zichzelf beter te leren kennen en stap voor stap haar eigen weg te vinden. Ze experimenteert met kleine dingen en zegt nu ook regelmatig: Dat had ik nooit van mezelf gedacht. Zo verrast ze zichzelf steeds weer, maar nu kan ze er om glimlachen en ziet het als een persoonlijke ontwikkelingsweg.
Herken je hier iets van? En wil je ook onderzoeken welke regels, overtuigingen en gedachten jou gevangen houden? Wil je op ontdekkingstocht om jezelf beter te leren kennen? Maak dan gewoon eens een afspraak met me om te kijken of ik je hierbij kan helpen.